Rondom een patiënt met een besmettelijke vorm van tuberculose start de GGD een contactonderzoek. Personen die hierdoor mogelijk geïnfecteerd zijn met de tuberculosebacterie willen we zo vroeg mogelijk opsporen.

Personen die regelmatig en voor langere tijd contact hebben gehad met de patiënt worden als eerste onderzocht. Als uit onderzoek blijkt dat deze personen geïnfecteerd zijn met de tuberculosebacterie, kan het onderzoek uitgebreid worden naar personen die minder contact hebben gehad. Wij volgen hierbij strikte richtlijnen, omdat onderzoek niet altijd nodig is.


Samen met de patiënt bij wie de ziekte tuberculose is vastgesteld, stelt de verpleegkundige van de GGD een lijst op met namen van personen met wie er recent contact is geweest. Dit kunnen contacten zijn in het gezin, vrienden, werk, school, sportclubs enzovoort. De verpleegkundige gaat vertrouwelijk om met de verkregen informatie.

De ziekte tuberculose kan zich sneller ontwikkelen bij personen met een verminderde afweer. Neem altijd contact op met de afdeling tuberculosebestrijding van de GGD als u:

  • klachten heeft die passen bij tuberculose (zoals langer dan 3 weken hoesten, nachtzweten, afvallen).
  • door een ziekte of door het gebruik van medicijnen een verminderde weerstand heeft.
  • kinderen heeft jonger dan vijf jaar die contact hebben gehad met de patiënt.

Het onderzoek wordt ingezet afhankelijk van het risico op besmetting en het ontwikkelen van de ziekte.

Wanneer de patiënt al langere tijd hoestklachten heeft en mogelijk besmettelijk is, worden naaste contacten (zoals bijvoorbeeld gezinsleden) eerder voor een eerste onderzoek uitgenodigd. Dit kan dus betekenen dat het onderzoek bij hen twee keer uitgevoerd wordt.

Pas acht weken na het laatste contact met een tuberculosepatiënt kan een infectie met de tuberculosebacterie betrouwbaar worden aangetoond.

Voor meer informatie zie folder tuberculose en contactonderzoek van KNCV. 

Het onderzoek kan op verschillende manieren worden uitgevoerd:

  • Tuberculinehuidtest (Mantoux)
    Hiermee kan een infectie met de tbc-bacterie worden aangetoond. Bij deze test wordt een kleine hoeveelheid vloeistof in de linker onderarm gespoten. Als het lichaam afweerstoffen heeft gemaakt tegen tuberculose, dan zullen deze gaan reageren op de testvloeistof en een bobbeltje in de huid veroorzaken.
  • Bloedonderzoek (IGRA)
    Hierbij wordt bloed afgenomen en in het laboratorium onderzocht op de aanwezigheid van afweerstoffen tegen tuberculose. Na 2 tot 3 weken krijgt u de uitslag van het onderzoek per brief of via e-mail.
  • Röntgenfoto van de borstkas (X-thorax)
    De röntgenfoto kan afwijkingen tonen passend bij longtuberculose.

De onderzoeken zijn niet gevaarlijk, ook niet bij kinderen of als u zwanger bent.

Contactonderzoek is gratis. Als vervolgonderzoek noodzakelijk is dan zijn daar wel kosten aan verbonden. Voor meer informatie zie vergoeding zorgverzekeraar